De oorsprong van de flip op zeilschepen
De term flip ontstond aan het einde van de zeventiende eeuw in Groot-Brittannië en de Amerikaanse koloniën. Oorspronkelijk was het een warme winterdrank die werd geschonken in herbergen en op zeilschepen: bier, rum of brandy werd vermengd met suiker en rauwe eieren, waarna een gloeiend heet ijzer (de zogeheten flip dog of loggerhead) in het mengsel werd gedompeld. Dit zorgde voor karamellisatie en schuimvorming.
In de negentiende eeuw verhuisde de drank naar chique hotelbars, waar bartenders zoals Jerry Thomas de techniek moderniseerden. Het hete bier maakte plaats voor verfijnde wijnen en spirits die koud werden geschud met ijs, suiker en eigeel. In zijn baanbrekende barboek How to Mix Drinks (1862) documenteerde Thomas diverse koude flips, waaronder de Coffee Cocktail, die ondanks zijn naam geen koffie bevatte maar bestond uit portwijn, cognac, suiker en ei.
Een vaste waarde in het IBA-canon
De combinatie van rode portwijn en eidooier bleek de meest harmonieuze van alle historische flips. Terwijl bier- en rumflips langzaam naar de achtergrond verdwenen, overleefde de Porto Flip moeiteloos de tand des tijds. De International Bartenders Association (IBA) nam de cocktail op in haar selectie The Unforgettables. Tegenwoordig geldt de Porto Flip als het schoolvoorbeeld van een drank waarbij eidooier zorgt voor een ongeëvenaarde romigheid zonder dat er een druppel zuivel aan te pas komt.
Porto Flip in een gekoelde coupe met schuimdek en versgeraspte nootmuskaat

